Westerlauwers Friesland
Westerlauwers Friesland is de naam voor ongeveer het gebied van de huidige provincie
Friesland in de
Middeleeuwen. De naam slaat op het riviertje de Lauwers dat de grens vormt van de huidige provincies
Groningen en Friesland. Aan het begin van de Middeleeuwen strekte Friesland zich uit van
het Zwin tot aan de Wezer. In de zevende eeuw was het onafhankelijk en waren er hertogen of koningen aan de macht. Na de inlijving in het Frankenrijk in de 8e eeuw bestond Friesland uit drie delen zo blijkt uit de Lex Frisionum: het gebied tussen Zwin en Vlie, het gebied tussen Vlie en Lauwers en het gebied tussen Lauwers en Wezer. Een deel viel rond het jaar 1000 onder graven van Holland. De overige delen hadden in die tijd een grote mate van zelfstandigheid omdat geen enkele graaf of Hertog het gebied onder controle kon krijgen. In 1287 en 1288 veroverde Graaf
Floris V van Holland West-Friesland. In de 14e eeuw kreeg de
stad Groningen steeds meer macht in Friesland tussen Lauwers en Eems. In de 15e eeuw werd Ulrik Cirksema graaf van
Oost-Friesland. In 1498 benoemde keizer Maximiliaan van Oostenrijk Hertog Albrecht van Saksen tot heer van heel Friesland. Hij kreeg echter alleen Westerlauwers Friesland onder controle. Toen was de opsplitsing van het oude Friesland een feit. Westerlauwers Friesland werd sindsdien meer en meer aangeduid met Friesland.
Literatuur:
- De wereld van het Friese landschap,onder redactie van M. Schroor uitgegeven door Wolters Noordhoff 1993 ISBN 9001955193