Twaalfjarig Bestand
Het Twaalfjarig Bestand was een periode van 12 jaar van wapenstilstand gedurende de Tachtigjarige Oorlog waarin niet (of nauwelijks) door de opstandelingen en de Spanjaarden werd gevochten.Het bestand ging in op 9 april 1609. Na vredesoverleg in Antwerpen werd besloten de stijd tijdelijk te staken. In 1621 werden de vijandelijkheden hervat.
Politieke onrust
Tijdens dit Twaalfjarig Bestand kwam er een einde aan de eenheid binnen de Republiek. De spanningen tussen prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt liepen snel verder op. Al in 1600 was prins Maurits tegen het sturen van het leger naar Duinkerken geweest; een besluit dat door Johan van Oldenbarnevelt was doorgedrukt. De Slag bij Nieuwpoort die volgde werd ternauwernood door prins Maurits gewonnen, maar prins Maurits en Van Oldenbarnevelt waren definitief tegenkampen. Van Oldenbarnevelt was ook een warm pleitbezorger van het staakt-het-vuren, terwijl Maurits liever doorgevochten had.
Toen Van Oldenbarnevelt tenslotte ruimte vroeg voor van de remonstrantse leer van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius, escaleerde het conflict definitief. Maurits zag in de remonstrantse leer een verzwakking van de kerk, en vreesde voor een terugkeer van de katholieke kerk. Hij sloot zich daarom aan bij de contra-remonstranten, die de leer van de (ook Leidse) hoogleraar Franciscus Gomarus aanhingen.
In 1619 verbood de Synode van Dordrecht de remonstrantse leer. De (remonstrantse) regenten in Holland hadden inmiddels de Scherpe Resolutie aangenomen. Deze resolutie, aangenomen op 4 augustus 1617, gaf de steden in Holland de mogelijkheid om eigenhandig wachtgelders (huurtroepen) aan te nemen om onlusten te voorkomen (in de praktijk kwam dit neer op optreden tegen contra-remonstranten). Prins Maurits zag in deze resolutie een aantasting van zijn gezag als millitair leider en liet Johan van Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en 2 andere medestanders. Voor een speciaal tirbunaal werd Johan van Oldenbarnevelt ter dood veroodeeld. Op 13 mei 1619 werd hij op het Binnenhof onthoofd. Met de dood van Van Oldenbarnevelt en het verbod op de remonstrantse leer was de strijd in het voordeel van Prins Maurits beslist.
In 1621 werden de vijandelijkheden met de Spanjaarden hervat, nadat de landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden Albertus van Oostenrijk kinderloos overleed en de Zuidelijke Nederlanden daardoor weer rechtstreeks onder de Spaanse koning vielen.






