Srinivasa Aaiyangar Ramanujan
![]() |
Srinivasa Aaiyangar Ramanujan (22 december 1887-1920) was, hoewel volledig autodidact, een zeer groot wiskundig genie. Hij werd in Erode in India geboren en stierf in Madras. Godfried Harold Hardy haalde hem in 1914 naar Cambridge, waar hij tot 1919 zou blijven.
Vanaf zijn tiende leerde hij zichzelf wiskunde. Volkomen geïsoleerd van de wiskundige wereld, leidde hij voor zichzelf 100 jaar westerse wiskunde af. Michio Kaku schrijft in zijn boek Hyperruimte dat de grote tragedie van zijn leven is geweest dat hij zoveel tijd heeft verspild aan het opnieuw ontdekken van bekende wiskunde. Hij slaagde voor geen enkel schoolexamen en kreeg een onbeduidend baantje in Madras. Van het karige loon kon hij zichzelf onderhouden en zich wijden aan zijn wiskundige passie.
In 1913 schreef hij brieven aan een drietal Engelse wiskundigen. Een van hen, Hardy, herkende zijn ongelooflijke wiskundige talent en haalde hem naar Engeland, waar hij een enorme hoeveelheid wiskundig werk produceerde. Volgens Richard Askey, hoogleraar wiskunde in Wisconsin, die zijn "Lost Notebook" uit zijn laatste jaar van commentaar voorzag, produceerde hij in zijn laatste levensjaar evenveel als een groot wiskundige in zijn hele leven.
Hij liet een grote hoeveelheid ongeordend materiaal na met vele originele stellingen. Pas tussen 1985 en 1997 werden ze geordend en bewezen door Bruce C. Berndt en zijn medewerkers. In totaal heeft hij zo'n 4000 theorema's nagelaten.
Ramanujan had zijn leven lang last van een slechte gezondheid en stierf op 33 jarige leeftijd aan tuberculose.
De naar hem genoemde Ramanujan-functie is tegenwoordig van belang in de supersnaartheorie. Deze functie verklaart waarom er, als de supersnaartheorie waar is, er 10 of 26 dimensies moeten zijn.







