Sji'isme
Sji'isme (الشيعة) is de tweede stroming binnen de Islam. Qua aantal aanhangers veel kleiner (ten hoogste 10%) dan het soennisme.Het sji'isme komt vooral voor in Iran en het zuiden van Irak, maar ook in Pakistan, India, Libanon en diverse Golfstaten.
De stroming is ontstaan ten gevolge van de strijd om de opvolging van de profeet en stichter van de islam, Mohammed. Sji'ieten zijn de volgelingen van Ali ibn Aboe Talib, de neef (zoon van zijn oom Aboe Talib) en tevens schoonzoon van Mohammed (hij was getrouwd met Mohammed's dochter Fatima). Aanvankelijk werden zijn aanhangers 'de partij van Ali' genoemd. De andere partij volgde de kaliefen, waarvan de eerste Aboe Bakr was.
Het lukte Ali om ondanks de tegenstand van Muawija, de stichter van de dynastie van de Oemajjaden, en Mohammed's weduwe Aisha in 656 de vierde kalief te worden, als opvolger van Othman. Het geruzie tussen de twee partijen mondde echter uit in de moord op Ali in 661 door een partij van ontevredenen, de Khawarijis. Zijn opvolger en oudste zoon Hassan trad al snel af. Ali's tweede zoon Hoessein werd later eveneens vermoord. Nog altijd worden Ali en Hoessein door de sji'ieten vereerd als hun twee grote martelaren. De heiligdommen die gebouwd zijn rond hun graftombes in de Iraakse steden Najaf en Kufa zijn voor de sji'ieten twee zeer heilige plaatsen. Martelaarschap is een van de principes die binnen het sji'isme een belangrijke plaats innemen. Deze gebeurtenissen markeren het grote schisma binnen de islam.
Een ander belangrijk kenmerk van deze stroming is de plaats van de imam. Deze islamitische geestelijke is binnen het soennisme min of meer de voorganger van de vrijdagse gebedsdienst in de moskee, maar binnen het sji'isme is zijn rol en zijn geestelijke gezag veel groter. Hij wordt geacht de gelovigen krachtig te leiden in hun strijd voor de islam en wordt gezien als spreekbuis van de wil van Allah zowel op godsdienstig als sociaal en politiek vlak.
Sji'ieten hebben de verwachting dat de ware, door God gezonden imam, al-Mahdi, eens zal verschijnen om de ware islamitische staat in de wereld te stichten. Binnen het sji 'isme bestaan er substromingen. Het grootste deel van de sji 'iten behoren tot de Ithna ashri die ook wel de "twelvers" worden genoemd omdat zij na ali nog elf andere imam's hebben gekend. Een ander sub-stroming binnen het sji 'isme is het isma 'ili'-isme. In aan tallen zijn ze veel minder dan de Ithna ashri, maar hebben in de loop van de geschiendenis veel invloed gehad. Zo hadden zij een groot rijk gestigd dat in zijn hoogtijdagen strekte van de Atlantische oceaan in Afrika, tot aan de heilige steden jeruzalem, mekka en medina. Het fatimid rijk, zoals deze wordt genoemd, bestond van het jaar 909 tot 1171. Na de ineenstroting van het fatimid rijk, wisten de isma 'ili's een aantal forten in Persie te veroveren. Het fort van Alamout was zo'n fort. Het is in deze tijd dat de isma 'ili's bekend werden onder de naam Hashashins of Assasins. Ze stonden er om bekend dat ze, als ze bedreigd werden, niet schuwden om de leiders van hun vijanden door middel van aanslagen om het leven te brengen. Tegen woordig zijn de isma 'il's verspreid over de hele wereld. Hum imam is Prins Shah Karim, Aga Khan IV, welke ze erkennen als de 49 ste imam na Ali.






