Satan
Satan betekent aanklager of tegenstander in het Hebreeuws. In Tenach en dus de Bijbel komt Satan als persoon onder andere ter sprake in het boek Job, waarin hij voor God verschijnt en Job in discrediet probeert te brengen en probeert aan te klagen.
In het Christendom is Satan (ook bekend als de duivel, de duvel, Lucifer, Droes, Drommel, Joost of Beëlzebub) de tegenstrever van God, en de oorzaak van sommig of alle kwaad in de wereld. Geloof in Satan is onder Christenen overigens niet algemeen, velen geloven in het bestaan hiervan, vele anderen beschouwen Satan meer als een personificatie van het kwade dan als een daadwerkelijk aanwezige macht.
Volgens de traditionele theologie was Satan oorspronkelijk een van Gods engelen. Hij werd echter jaloers op de God, en wilde als God worden, en werd Hem ongehoorzaam. Hij haalde 1/3 van de engelen over om zijn kant te kiezen. Volgens velen is er een gevecht gaande tussen God en Satan om de mensheid, beiden proberen de mens te beheersen, God om hem goed te laten doen en Gods wil te volgen, Satan om hem slecht te laten doen, en zich afzijdig van God te houden.
Volgens het Bijbelboek Openbaring, zullen Satan, zijn demonen en alle ongelovige mensen terecht komen in de hel, en de rechtvaardige mensen zullen terechtkomen in een nieuwe aarde, die zo mooi zal zijn als het paradijs ooit was.
In de islam is Satan bekend onder de naam sjejtan.
Duivel in kunst en cultuur






