Reims
|
Toen de Romeinen de Gallische gebieden veroverden, woonden de Remi op de plaats waar de naar hen genoemde stad zou ontstaan. De Romeinen noemden Reims Durocortorum en maakten er de hoofdstad van Belgica secunda van. Reeds in de derde eeuw had Reims een bisschop. In 407 werd de stad verwoest door de Vandalen, waarna de Hunnen dat in 451 nog eens overdeden.
Reims herstelde zich onder bisschop Remigius, die er in 496 de Frankische koning Clovis en zijn manschappen doopte.
Nadat een eerdere kerk in vlammen was opgegaan, begon men in 1211 met de bouw van de huidige kathedraal. Deze Notre-Dame is met zijn imponerende westgevel en zijn beroemde beeldhouwwerk een van de voornaamste gotische kathedralen, ondanks de zware schade die de kerk in de Eerste Wereldoorlog leed.
Te Reims zijn tot 1825 bijna alle Franse koningen gekroond en gezalfd, een traditie die teruggaat op de doop van Clovis. Daarbij werd gebruik gemaakt van olie uit een ampul die tijdens Clovis' doop door een duif uit de hemel zou zijn meegebracht. Lodewijk de Vrome kreeg er in 816 van de paus de keizerskroon. De beroemdste kroning is waarschijnlijk die van Karel VII in 1429, tijdens de Honderdjarige Oorlog: de dauphin was door Jeanne d'Arc naar Reims gebracht, nadat zij de stad had heroverd op de Engels-Bourgondische alliantie.
Reims was op 7 mei 1945 de stad waar de Duitsers de capitulatie tekenden. Dat gebeurde in het hoofdkwartier van generaal Eisenhower.
Tegenwoordig is Reims spoorwegknooppunt en industriestad (wolindustrie), maar vooral de stad waar beroemde champagnehuizen gevestigd zijn. Met Epernay is het het centrum van de champagneproductie.
Bezienswaardigheden in de stad zijn naast de kathedraal de romaanse St.Rémibasiliek, het aartsbisschoppelijk paleis (Palais du Tau) en de Romeinse triomfboog Porte Mars.






