Paleis op de Dam
Het Paleis op de Dam is een koninklijk paleis dat zich bevindt op de Dam in de stad Amsterdam. Het is oorspronkelijk gebouwd als stadhuis, tussen 1648 en 1665. De architect is Jacob van Campen.
| Table of contents |
|
2 Van stadhuis tot paleis 3 Stijl en vorm |
Bouw en stadhuistijd

De ontwerper was Jacob van Campen, maar de technische uitvoering werd verzorgd door stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Jacob van Campen kwam in 1654 in conflict met het stadsbestuur, waarna Daniël Stalpaert de volledige leiding kreeg. Het beeldhouwwerk werd gemaakt door Artus Quellijn en zijn medewerkers. In 1655 werd het stadhuis feestelijk ingehuldigd, maar was toen nog niet voltooid: pas in 1665 was het gebouw gereed, terwijl aan de inrichting van de vertrekken tot aan het begin van de 18de eeuw werd gewerkt.
Van stadhuis tot paleis
Het gebouw is tot 1808 stadhuis gebleven. Daarna werd het door koning Lodewijk Napoleon veranderd in een paleis. De galerijen werden door houten wanden in vertrekken verdeeld. Aan de voorzijde werd een balkon aangebracht. Uit deze periode stammen ook de fraaie Empire meubelen die in het paleis zijn te zien. In de 20e eeuw werd het gebouw meerdere malen gerestaureerd, waarbij de verbouwingen van Lodewijk Napoleon ongedaan werden gemaakt. Het gebouw werd in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Na de restauratie in 1960 werd het gebouw beperkt opengesteld voor het publiek.

Stijl en vorm
Het paleis is een monumentaal gebouw, sober van versiering, maar helder van opzet, in de stijl van het Hollands classicisme van Jacob van Campen. Het beeldhouwwerk mocht nergens de aandacht afleiden van het grootse geheel.De compositie van de gevel is harmonieus en voldoet aan de ideale klassieke verhoudingen. De zware sokkel draagt twee pilasterorden die beide een hoog en een laag venster beslaan, overeenkomend met een hele en een halve verdieping erachter. In navolging van Vincenzo Scamozzi is een Corinthische orde boven een Composiete geplaatst. De middenpartij met het fronton komt iets naar voren, evenals de hoekpaviljoens.
De heldere structuur van het gebouw is zo overheersend dat het fraaie beeldhouwwerk nauwelijks opvalt. We zien de festoenen op grachtenhuizen overal in de stad nagevolgd. Het meest indrukwekkend zijn de timpanen met beeldhouwwerk in marmer en de bronzen beelden op de frontons.
De koepel wordt bekroond door een windwijzer in de vorm van een koggeschip, het oude symbool van de stad Amsterdam. Volgens het oorspronkelijke plan zou de koepel bekroond worden door acht beelden: de acht windrichtingen. Dit plan is niet uitgevoerd.
Boven de middenpartij rijst een hoge koepel op, van waaruit men de aankomst van de schepen op het IJ kon zien. Opvallend is het ontbreken van een monumentale ingangspartij. De zeven onversierde bogen op straatniveau (zonder stoep) was letterlijk een lage drempel, om duidelijk te maken dat het stadhuis van iedereen was.
''Deze pagina, of een oudere versie ervan, is overgenomen van de website van het Amsterdamse Bureau Monumenten & Archeologie.






