Oost-Friesland
| Table of contents |
|
2 Geschiedenis 3 Taal 4 Bestuurlijke status |
Ligging
Oost-Friesland is de niet-officiële naam van de streek tussen Eems en Wezer, in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Oost-Friesland ligt aan de Waddenzee en grenst in het oosten aan de Nederlandse provincie Groningen. Belangrijke plaatsen in de streek zijn Emden, Leer en Wilhelmshaven.
Geschiedenis
De streek heeft een bewogen geschiedenis. In de vroege Middeleeuwen werd hij tot woongebied van Friezen uit West-Friesland in de huidige provincie Noord-Holland en de tegenwoordige Nederlandse provincies Friesland (Fryslân) en Groningen. In de 12e en 13e eeuw vormden de inwoners van het Friese gebied tussen Vlie en Wezer het verbond van de Opstalsboom. Als zodanig was Friesland een van de eerste streken met een soort centraal en justitieel gezag. Vanuit Oost-Friesland zijn ook het Saterland en de landschappen Land Wursten en Land Würden oostelijk van de Wezer gekoloniseerd.
Met de komst van de hoofdelingen, zoals de zelfbenoemde Oostfriese adel wordt genoemd, ontwikkelde Oost-Friesland zich in eigen richting. Het Fries ging snel teloor en werd vervangen door het meer prestigieuze Nedersaksisch, dat tegenwoordig nog de volkstaal in Oost-Friesland is. In de aanburende Groninger ommelanden heeft zich tijdens de Saksische bezetting van begin 16e eeuw een soortgelijk proces afgespeeld.
Oost-Friesland is lange tijd een soort bufferstaat van de Nederlandse Republiek geweest. In de tijd van de Reformatie was Oost-Friesland nauw met de Habsburgse Nederlanden verbonden, hoewel het nog wel een eigen graaf had. Doordat graaf Edzard al in de jaren 1520 tot het reformatorische geloof overging was Emden een belangrijk centrum van waaruit de nieuwe godsdienstige ideeën zich over de Nederlanden konden verspreiden. In de jaren '30 - '60 van die eeuw was Oost-Friesland een soort uitwijkplaats voor niet-doopsgezinde Protestanten (lees Calvinisten) uit de Nederlanden.
In 1591 werd Edzard II graaf van Oost-Friesland en hij was een fanatieke Lutheraan. Zo ontstond er een geschil tussen Calvinisten en Lutheranen, dat hoog opliep, vooral in Emden. Door deze twist kwamen ook de Cavinistisch-Lutheraanse vehoudingen in een aantal Nederlandse steden flink onder druk te staan. In 1595 bezette de Republiek Emden maar in 1602 belegerde graaf Enno met steun van de Keizer en Spanje de stad. In 1603 moest de graaf bakzeil halen: de bezetting werd permanent en de Hervormde Kerk werd erkend als officiële godsdienst.
Na de nederlaag van de Deense koning in de Dertigjarige Oorlog in 1627 drongen de troepen van de keizer weer Oost-Friesland binnen en even leek het erop dat een invasie in Groningen ophanden was. Na 1648 was Nederland weer de baas in de streek hoewel de bisschop van Münster (Bommn Berend) probeerde de streek over te nemen. Na 1672 was die dreiging voorbij en bleef Oost-Friesland tot 1702 onder Nederlandse invloed. In 1702, met de dood van Willem III eiste een van zijn nauwste verwanten, de koning van Pruisen zijn erfenis op en werd ook Oost-Friesland geannexeerd. In de Franse tijd is het korte tijd weer onderdeel van de het koninkrijk Holland geweest.
Taal
Aanvankelijk werd in Oost-Friesland een variant van het Fries gesproken, maar dat is vrijwel geheel verdrongen door Nedersaksische dialecten. De omgangstaal was tot na de Tweede Wereldoorlog een door het Fries beïnvloede variant van het Nedersaksisch. Tegenwoordig staat die taal erg onder druk van de bestuurstaal, het Hoogduits. In het iets ten zuiden van Oost-Friesland gelegen Saterland wordt door zo'n 1000-2500 nakomelingen van in de Middeleeuwen voor stormvloeden gevluchte Oost-Friezen nog Fries gesproken.






