Nederlands
nds:Nederlannsch Het Nederlands is een Indo-Europese, West-Germaanse taal. Deze taal wordt voornamelijk gesproken in Nederland, Vlaanderen (België), Suriname en op de Nederlandse Antillen. De officiële taal, zoals die wordt onderwezen op scholen en gebruikt wordt door de autoriteiten, wordt Standaardnederlands genoemd. Het Nederlands wordt (niet in alle gevallen correct) ook wel aangeduid als Vlaams (in België), Hollands (vooral in Noord- en Oost-Nederland) en Nederduits/Platduits (door historisch taalkundigen).Het Standaardnederlands is in de 17e eeuw in opdracht van de Staten-Generaal ontwikkeld als instrument voor de omvangrijke Nederlandse bijbelvertaling, de Statenbijbel. Basis vormen de Frankische dialecten van de gewesten Holland en Brabant. Saksische elementen zijn vooral de werkwoordsvormen op -acht (bracht, gebracht; dacht, gedacht). De derde grote dialectgroep in de Lage Landen, het Fries, is bij de ontwikkeling van het Standaardnederlands vrijwel genegeerd. Op basis van deze dialecten is een zelfstandige Friese standaardtaal ontstaan.
| Table of contents |
|
2 Spelling 3 Klanken 4 Het oudste Nederlands 5 Dialecten 6 Bron |
Classificatie
Spelling
Om de spelling van het Nederlands te regelen hebben Vlaanderen en Nederland gezamenlijk de Nederlandse Taalunie opgericht. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het maatgevende Groene Boekje. Daarin zijn echter zeker niet alle taalproblemen geregeld. Een moeilijkheid is bijvoorbeeld de juiste spelling van plaatsnamen, zowel in als buiten het Nederlands taalgebied, dat is niet altijd duidelijk geregeld.
De Taalunie heeft een website waar men om advies kan vragen als er onduidelijkheden zijn: http://taalunieversum.org/taaladvies/
Klanken
De standaardtaal, het Algemeen Nederlands, kent een veertigtal klanken. De klanken worden onderscheiden in klinkers en medeklinkers. Klinkers zijn klanken waarbij de lucht ongehinderd door de mond naar buiten komt: de /aa/ van aap, de /oo/ van noot, de /i/ van mis, enz. Tot de klinkers behoren ook tweeklanken; dit zijn gemengde klinkers zoals de /ei/ in mei of hij en de /ou/ in trouw of nauw. Medeklinkers zijn klanken waarbij de lucht niet ongehinderd door de mond naar buiten kan. Bij de /p/ van aap verzamelt de lucht zich eerst voor de afgesloten lippen, en komt dan met een plofje naar buiten. Bij de /n/ van noot is de mondholte afgesloten en komt de lucht door de neus. Bij de /s/ van sap gaat de tong omhoog naar het gehemelte, waardoor de opening nauwer wordt en er een sisklank ontstaat.
Het oudste Nederlands
Het oudst bekende geschrift in een van de dialecten die elementen aan het Standaardnederlands hebben geleverd, wordt gevormd door de zogenaamde Wachtendokse psalmen, in de 10e eeuw geschreven in een Oostnederfranksisch dialect uit de omgeving van Maastricht.
Het oudste Westnederfrankisch is een glosse in de marge van een in Oxford gevonden Latijns handschrift. De glosse dateert naar schatting van ongeveer 1075:
Hebban olla vogala nestas bigunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nuvertaling:
Alle vogels zijn met hun nesten begonnen behalve ik en jij, wat doen we nu?
Dialecten
![]() |
A. Zuidwestelijke dialectgroep (Zeeuws/West-Vlaams)
1. West-Vlaams en Zeeuws-Vlaams - 2. Zeeuws
B. Noordwestelijke dialectgroep (Hollands)
3. Zuid-Hollands - 4. Westhoeks - 5. Waterlands en Volendams - 6. Zaans - 7. Kennemerlands - 8. West-Fries - 9. Bildts, Midslands, Stads-Fries en Amelands -
C. Noordoostelijke dialectgroep (Nedersaksisch)
10. Kollumerlands - 11. Gronings en Noord-Drents - 12. Stellingswerfs - 13. Midden-Drents - 14. Zuid-Drents - 15. Twents - 16. Twents-Graafschaps - 17. Gelders-Overijssels en Urks - 18. Veluws
D. 'Noordelijk-centrale dialectgroep
19. Utrechts-Alblasserwaards
E. Zuidelijk-centrale dialectgroep
20. Zuid-Gelders - 21. Noord-Brabants en Noord-Limburgs - 22. Brabants - 23. Oost-Vlaams
F. Zuidoostelijke dialectgroep
24. Limburgs
Overige
FL. Provincie Flevoland. Geen dialect de overhand, i.v.m. het nog korte bestaan.
De gegevens zijn grotendeels overgenomen van de indeling, die dialectologe Jo Daan, maakte (zie: [1]). Deze indeling is (nog) steeds een onderwerp van discussie binnen de dialectologie, maar wordt door veel dialectologen en taalkundigen (deels) onderschreven.
Zie ook: Straattaal en Vlaams
Zie ook: palindroom, onomatopee, Nederlandse grammaticaBron
Bron
Het gedeelte over klanken op deze pagina, of een eerdere versie daarvan is afkomstig uit het Spellingbesluit afkomstig van de website van de Nederlandse Overheid







