Komeet
|
| Komeet Hale-Bopp (1997) |
Kometen zijn hemellichamen van ijs, gas en stof. Men neemt aan dat ze restanten zijn van de tijd van de vorming van ons zonnestelsel die aan opname in de massa van een planeet zijn ontsnapt. Ze hebben dus een zeer oude structuur. Ze bewegen zich in banen ver buiten die van de planeten, tot een afstand van ca. 100 AE (astronomische eenheden) in de zogenaamde Oort wolk. Af en toe wordt zo'n baan verstoord en raakt de komeet in een sterk excentrische baan die hem dicht in de buurt van de zon brengt. Naarmate ze dichter bij de zon komen en hierdoor opwarmen verdampt het gas en aanwezige water waardoor er een sliert van stof ontstaat die steeds van de zon af wijst en die men dan van de Aarde af kan zien, dit noemt men ook de staart. Deze verdwijnt weer van zodra de komeet weer verder van de zon weg is. Een bekende komeet is de komeet van Halley, naar de Britse astronoom die er voor het eerst de omloopperiode van berekende (76 jaar). Recente met het blote oog zichtbare kometen waren die van Halley, Shoemaker-Levy 9, Hyakutake en Hale-Bopp.
Enkele andere bekende kometen:
- Komeet Borrelly
- Komeet Encke
- Komeet Humason
- Komeet Ikeya-Seki
- Komeet Mrkos
- Komeet Kohoutek






