Hugo de Groot
Hugo de Groot (Delft, 10 april 1583 - Rostock, 28 augustus 1645) was een Nederlands rechtsgeleerde. Hij is ook bekend onder zijn Latijnse naam Hugo Grotius. Hij schreef onder andere Latijnse tragedies, theologische verhandelingen, en ook Latijnse en Nederlandse gedichten. Zijn belangrijkste werken liggen op historisch en juridisch gebied. Zijn beroemdste werk is De jure belli ac pacis (Over de wetten van oorlog en vrede) uit 1625. Dit vormt de basis voor het moderne volkenrecht. Hij is ook bekend van zijn pleidooi voor de vrije toegang tot de zee (en de vrijhandel) het Mare Liberum.
| Table of contents |
|
2 De kist 3 De Ontsnapping |
Gevangenschap op Loevestein
Even na 1600 laaiden er in Nederland godsdienstige twisten op die tot in de politiek werden uitgespeeld. Prins Maurits vond dat de geleerde Hugo de Groot aan de verkeerde kant stond en veroordeelde hem 'ter eeuwige gevangenisse' op slot Loevestein, toen een staatsgevangenis. Op z'n 35ste, op 5 juni 1619, kwam Hugo hier aan met zijn vrouw Maria en dienstmeisje Elsje.
De kist
Hij mocht blijven studeren. Daarvoor kreeg hij uit Leiden boeken in een kist die soldaten bij een familie in Gorinchem ophaalden en wegbrachten. Dat bracht Maria op een idee. Zij maande Hugo: "Kruip in die kist en zorg dat je er twee uur in kunt blijven zitten zonder geluid te maken". Ze liet hem avonden lang oefenen.
De Ontsnapping
Op 22 maart 1621 was het jaarmarkt in Gorinchem. De gevangenisbaas was weg. Maria legde met Elsje de boeken in bed, zodat het net leek of Hugo weer eens ziek was. Met alleen zijn ondergoed en zijden kousen aan kroop hij in de kist. Elsje ging met de soldaten mee en hield de kist in de gaten. Eenmaal bij de familie aangekomen snelde Hugo eruit om in metselaarskleren naar Parijs te vluchten. In 1631 keerde hij terug naar Rotterdam, in de hoop dat hij zich weer in Holland kon vestigen. Burgemeester van Berkel pleitte voor amnestie voor hem in de Staten van Holland. Ook Hooft die tot de kring rond de stadhouder behoorde deed een goed woordje, maar het jaar daarop blokkeerden de staten zijn verzoek om amnestie en moest hij opnieuw in ballingschap. Hij overleed in 1645.\n






