Hartaanval
Een hartaanval of myocardinfarct is het afsterven van een deel van de hartspier door onderbreking van de bloedtoevoer ervan door de kransslagaderen. Dit kan leiden tot (soms op korte termijn levensbedreigende) ritmestoornissen en tot hartfalen door onvoldoende pompwerking van het hart. Een hartaanval ontstaat meestal doordat zich op de plaats van een atherosclerotische plaque in een kransslagader een bloedstolsel vormt waardoor de toevoer van bloed, die voordien al geringer was, nu opeens helemaal wordt afgesneden.De patiënt voelt in typische gevallen een zware, drukkende pijn midden achter het borstbeen, soms uitstralend naar de kaken of de schouder, vooral de linker schouder. Dit gaat vaak gepaard met zweten, bleekheid en doodsangst. In verband met de kans op ritmestoornissen is het van belang zo snel mogelijk in een ziekenhuis te worden opgenomen. Iemand met een hartaanval die bewusteloos raakt door uitvallen van de pompfunctie van het hart tgv een ritmestoornis (ventrikelfibrilleren) kan, als de omstanders alert reageren en op de juiste wijze hartmassage en kunstmatige beademing geven, enige tientallen minuten langer in leven gehouden worden tot het hart door defibrillatie weer kan worden opgestart. Defibrillators zijn in iedere ambulance aanwezig, soms ook bij de brandweer, en uiteraard in ziekenhuizen. Wordt de circulatie niet hersteld dan treedt de dood na ca 10 minuten in, al eerder (na ca 5 min) is er onomkeerbare hersenbeschadiging opgetreden.
In het ziekenhuis kan, als de afsluiting in de kransslagader nog niet zo lang bestaat dat de spierschade al irreversibel is, getracht worden het afgesloten bloedvat weer te openen door het geven van bloedstolseloplossende middelen (trombolyse) of door ballondilatatie (dotteren) in de acute fase.
Als ritmestoornissen uitblijven of met succes kunnen worden bestreden en het spierverlies niet zo groot is dat de pompfunctie ernstig wordt aangetast, vindt genezing in de loop van enige weken plaats.
Risicofactoren voor het optreden van een hartaanval zijn: roken, suikerziekte, hoge bloeddruk, een te hoog cholesterol, het hebben van een naast familielid met ischemische hartklachten, van het mannelijk geslacht zijn en hoge leeftijd.






