Geuzen
De term "geuzen" werd eerst gebruikt om de Nederlandse tegenstanders van de Spaanse koning Filips II aan te duiden. Later verwees de term specifiek naar de partizanen die te land (de zogeheten "bosgeuzen" of "wilde geuzen") dan wel te water ("watergeuzen") de Spanjaarden bestreden. Bekend is vooral de verovering, op 1 april 1572, van het stadje Den Briel (Brielle) door de door Lumey en Treslong aangevoerde watergeuzen. Deze watergeuzen, die ooit door Willem van Oranje voorzien van kaperbrieven, zijn tot dat moment eigenlijk niet veel meer dan een bende zeerovers. De watergeuzen vermoorden een groot aantal katholieke burgers, dit tot woede van Willem van Oranje. Uiteindelijk laat Willem van Oranja Lumey ontslaan.Het woord is een verbastering van het Franse woord voor bedelaar, "gueux". Het schijnt dat in 1566 de raadgever van de landvoogdes Gilles van Berlaymont tegen Margaretha van Parma zei: "Geen vrees mevrouw, het zijn maar 'gueux'!".






