Teachers Paradise School Supplies Teacher Resources Free Encyclopedia
Teachers Paradise FREE Teaching Resources
Home Arts Crafts Audio Visual Equipment Office Supplies Teacher Resources
Hoofdpagina | Edit this page

Europese Unie

De Europese Unie (of EU) is een politiek, economisch en juridisch samenwerkingsverband van een aantal Europese staten.

Het totale gebied van Europese Unie beslaat momenteel 3.235.000 km2. In oktober 2001 had de Europese Unie 379 miljoen inwoners.

De EU is momenteel qua omvang de tweede economische eenheid in de wereld. In 1999 bedroeg het BNP 7.809 miljard euro. Alleen de Verenigde Staten hadden een groter BNP (8.729 miljard euro, 1999 equivalent).

Table of contents
1 Geschiedenis
2 Doelstellingen
3 Lidstaten
4 Intergouvernementalisme of supranationalisme
5 De drie pijlers
6 Instellingen
7 Aanverwante onderwerpen
8 Externe links
9 Bronnen

Geschiedenis

Aanloop tot Europeanisme

Hoewel de drang naar een verenigd Europa al verscheidene eeuwen bestaat (merkbaar aan de vele pogingen van koningen en keizerrijken om het hele continent te veroveren), ligt de voorgeschiedenis van de Europese Unie met name in het
interbellum. In de periode van wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog waain Europa zich geflankeerd zag door een machtig Verenigde Staten en een bedreigende Sovjetunie, oogstte de Ostro-Hongaarse Graaf Richard Coundenhove-Kalergi veel succes met zijn boek Pan-Europa en richtte in 1923 de eerste Europese Eenheidsbeweging op (onder dezelfde naam als zijn boek). Gedurende de jaren 1923-1929 nam zijn navolging gestaag toe, uitmondend in een toespraak van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Aristide Briand bij de Volkerenbond in 1929. In de jaren 1930 echter werd het enthousiasme van de Europese Beweging al snel terzijde geschoven door het opkomend fascisme en nationaal-socialisme.

Een heropleving volgde in 1941 met een manifest van de Italiaan Spinelli die -- na een kort verblijf in de cellen van Mussolini -- in Zwitserland een Europees Congres oprichtte. Hetzelfde enthousiasme maakte zich in die jaren meester van Winston Churchill, die in 1946 opriep tot een "United States of Europe" -- waarmee hij echter veel minder bedoelde dan Spinelli. Deze tweedeling tussen federalisme en supranationalisme bestaat nog altijd en was er ook de aanleiding toe dat het Verenigd Koninkrijk niet tot de eerste lidstaten van de Unie behoort. In plaats daarvan richtte het Verenigd Koninkrijk eerst de Europese Vrijhandels Associatie op.

Wederopbouw en eerste kiemen

De echte geboorte van de huidige Europese Unie ligt echter een aantal jaren later en bij een Fransman: Jean Monnet (nog altijd bekend als de grootvader van de Europese Unie). In de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog had hij als topambtenaar bij het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken de leiding over het Franse moderniseringsplan. Hij kwam snel tot het inzicht dat wat Frankrijk nodig had een langere periode van rust en stabiliteit was. Dit inzicht, in combinatie met het feit dat de meeste Europese oorlogen sinds de val van het West-Romeinse Rijk gevoerd waren om het grensgebied tussen Frankrijk en Duitsland (Alsace-Lorraine), spoorde hem aan tot het doen van een revolutionair voorstel: een samenwerking met Duitsland om de middelen van het grensgebied (kolen en ijzererts) te delen.

Monnet deed zijn voorstel aan de Franse premier Pléven, die er niet op inging. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman echter was wel geïnteresseerd en zo ook de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer, zodat Monnet, Schuman en Adenauer op 9 mei 1950 het Schuman Plan presenteerden: de eerste aanzet tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EKGS), die op 25 juli 1952 met zes landen van start ging (Nederland, België, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië) en later uit zou groeien tot de Europese Unie.

Voortzetting van het proces

De Europese Unie is voortgekomen uit diverse andere organisaties.

Zo is op 25 maart 1957 het verdrag van Rome ondertekend door België, Frankrijk, West-Duitsland, Nederland, Luxemburg en Italië. Die landen kwamen overeen vanaf die dag intensief samen te gaan werken op het gebied van handel. Er werden twee verdragen ondertekend.

Ondertekening van het verdrag van Rome.
Bron: Audiovisual Library European Commission
Waarschuwing: Deze afbeelding valt niet onder de GNU/FDL.
Klik de afbeelding voor de exacte kopieerregels.

Eén van deze verdragen behelsde de oprichting van Euratom, een organisatie die de ontwikkeling en het gebruik van kernenergie binnen Europa controleert.

Het andere verdrag creëerde de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Deze stond aan de basis van de huidige Europese Unie. Binnen de EEG werd gehandeld over de grenzen heen, zonder nadrukkelijke controles en zonder tolheffingen: er werd zodoende één gemeenschappelijke markt gevormd. Het EEG-verdrag bevatte bepalingen over landbouw, transportmogelijkheden, en economische relaties met niet-leden. Later zouden ook kapitaal en arbeidskrachten deel uitmaken van de gemeenschappelijke markt.

Eerder, in 1952, was de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. Deze maakte de handel van materialen binnen Europa mogelijk.

In 1967 werden deze drie organisaties samengevoegd en werkten ze verder onder de naam Europese Gemeenschap (EG). Er was nu slechts één ministerraad die over al deze organisaties waakte en een Europees gerechtshof.

In 1986 werd de Single European Act getekend en bekrachtigd.

In de landen van de Europese Gemeenschap gaat op 1 januari 1993 het verdrag van Schengen in. Dat betekent dat de grenzen tussen de verschillende landen open gingen. Geen last meer van paspoorten laten zien, controles enz. Maar in oostelijk Europa gebeurde iets tegenovergestelds. Daar werd Tsjechoslowakije gesplitst in twee afzonderlijke staten: Tsjechië en Slowakije. Tsjechië met de hoofdstad Praag en Slowakije met als hoofdstad Bratislava. Na veel onderhandelingen ging deze verdeling in op 1 januari 1993.

Na bekrachtiging van het Verdrag van de Europese Unie door alle lidstaten wordt op 1 november 1993 de Europese Gemeenschap omgevormd tot de Europese Unie.

Zie ook: Geschiedenis van de Europese Unie

Doelstellingen

Belangrijkste doelstellingen van de Europese Unie: De trend is dat macht verschuift van individuele staten naar ofwel opwaarts naar de EU ofwel neerwaarts naar Europese regio's.
Veel van deze doelstellingen vereisen harmonisatie van wetten tussen de lidstaten. Daarom drukken Europese wetten (richtlijnen genaamd) een steeds zwaarder stempel op de wetgeving in de lidstaten. Alle kandidaatleden dienen hun wetgeving in lijn te brengen met het algemene Europese kader (zie ook EFTA and EEA).

Lidstaten

Lidstaten van de Europese Unie (volgens jaar van toetreding):
1957: België -- Duitsland -- Frankrijk -- Italië -- Luxemburg -- Nederland
1973: Denemarken -- Ierland -- Verenigd Koninkrijk
1981: Griekenland
1986: Portugal -- Spanje
1995: Finland -- Oostenrijk -- Zweden

Staten die wensen toe te treden tot de Europese Unie:
Bulgarije -- Cyprus* -- Estland* -- Hongarije* -- Letland* -- Litouwen* -- Malta* -- Polen* -- Roemenië -- Slowakije* -- Slovenië* -- Tsjechië* -- Turkije

In december 2002 werd in Kopenhagen besloten tien van de kandidaatleden uit te nodigen om in 2004 toe te treden (gemarkeerd met *). Voor Bulgarije en Roemenië wordt als werkdatum 2007 gehanteerd. Voor toetreding van Turkije is nog geen datum bepaald.

Intergouvernementalisme of supranationalisme

Binnen de EU bestaat een spanningsveld tussen intergouvernementele en supranationale tendenzen. Intergouvernmentalisme is een methode van besluitvorming in internationale organisaties waarbij de macht bij de lidstaten ligt en en beslissingen met unanimiteit genomen moeten worden. Afgevaardigden van de regeringen of van gekozen vertegenwoordigingen hebben uitsluitend adviserende of uitvoerende functies. De meeste internationale organisaties hebben tegenwoordig een intergouvernmentele grondslag.

Supranationalisme (zie ook federalisme) is een andere methode van besluitvorming. Hier ligt de macht bij onafhankelijke afgevaardigden van de regeringen of van gekozen vertegenwoordigingen. Lidstaten hebben nog steeds macht, maar moeten deze delen met andere instanties. Bovendien worden beslissingen nu bij meerderheid van stemmen genomen. Het kan dan ook gebeuren dat een lidstaat, gedwongen door andere lidstaten, een beslissing tegen zijn wil moet uitvoeren.

Beide vormen van besluitvorming hebben aanhangers binnen de EU. Voorstanders van supranationalisme redeneren dat dit het proces van integratie kan versnellen. Wanneer beslissingen de unanieme goedkeuring van alle betrokken regeringen vereisen, kan het jaren duren voor een besluit valt, als het er al ooit van komt. Voorstanders van intergouvernmentalisme argumenteren dat supranationalisme de souvereiniteit en het democratisch gehalte van afzonderlijke staten in gevaar brengt en menen dat de legitimeit van gemeenschappelijke besluiten alleen afgeleid kan worden van de legitimiteit van de nationale regeringen. Frankrijk is traditioneel een voorstander van een intergouvernmentele EU geweest. Dit geldt ook voor Euroskeptische landen als Groot-Brittannië en Denemarken. Landen als België, Duitsland en Italië neigen meer naar de supranationale benadering. In de praktijk balanceert de EU tussen beide extremen. Deze balans is echter een moeizaam compromis, dat vaak tot ingewikkelde besluitvormingsprocedures leidt.

Sinds maart 2002 staat herziening van deze balans weer op de politieke agenda. De Conventie over de Toekomst van Europa zal met wijzigingsvoorstellen komen. Deze voorstellen moeten daarna door een Intergouvernementele Raad (Engels: Intergouvernmental Conference, IGC) bekrachtigd worden.

De drie pijlers

De politiek van de EU is in drie gebieden verdeeld, die 'pijlers' genoemds worden. De eerste pijler, de 'gemeenschapspijler' betreft de gemeenschappelijke economische, sociale en milieupolitiek. De tweede pijler betreft buitenlands beleid en militaire aangelegenheden. De derde pijler behelst samenwerking op het vlak van misdaadbestrijding en binnenlandse zaken.

Binnen elke pijler is een ander evenwicht gevonden tussen supranationale and intergouvernmentele principes. Supranationalisme is het sterkst aanwezig in de eerste pijler, terwijl de andere twee vooral intergouvernementeel zijn. In de tweede en derde pijler zijn de bevoegdheden van het Europees Parlement, de Europese Commissie en het Europees Gerechtshof beperkt, maar niet afwezig.

Instellingen

Algemene instellingen van de EU zijn: Financiële organen van de EU: Raadgevende organen: Agentschappen: Agentschappen voor buitenlands en veiligheidsbeleid: Agentschappen voor politionele en justitiële samenwerking

Aanverwante onderwerpen

Verdrag van Maastricht -- EMU -- euro -- Europese Economische Ruimte - themajaar -- Europees volkslied -- Europese vlag - Europese Grondwet

Externe links

Bronnen

"Ever Closer Union", tweede editie -- Desmond Dinan, The European Union Series, uitgeverij Palgrave, ISBN 0-333-69352-3 (paperback)/ ISBN 0-333-71695-7 (hardcover)\n



Pay for Educational Supplies & Teaching Supplies with Visa, Master Card, American Express, Discover or Paypal.
All trademarks & brands are the property of their respective owners.
Legal Notice 2000-2008 TeachersParadise.com, Inc. All Rights Reserved