Euro
Zie ook Euromunten en Eurobankbiljetten


Sinds 1 januari 1999 is de euro een officieel feit. Vanaf die datum waren de munten van de landen die de euro hadden aanvaard nog slechts 'verschijningsvormen' van de euro.
Vanaf 1 januari 2002 zijn de nationale biljetten en munten uit de 12 deelnemende 'eurolanden' (zie onder) vervangen door euromunten en eurobankbiljetten in wat 'de grootse geldomwisselingsoperatie uit de geschiedenis' genoemd wordt.
In december 2001 kregen Nederlandse burgers een gratis setje euromunten en konden pakketten euro's ter waarde van f 25,- bij de banken worden gekocht. Ook in België en de andere 'eurolanden' konden burgers in het bezit komen van eurogeld. De invoering van de euro is in de nacht van 31 december/1 januari in onder andere Maastricht, Brussel en Berlijn feestelijk gevierd.
De 12 EU-landen die de euro als wettig, nationaal betaalmiddel hebben ingevoerd kunnen met het ezelsbruggetje DING FLOF BIPS worden onthouden: Duitsland, Ierland, Nederland, Griekenland, Finland, Luxemburg, Oostenrijk, Frankrijk, België, Italië, Portugal en Spanje.
Ook Montenegro en Kosovo, waar de Duitse Mark was ingevoerd, zijn, hoewel ze geen lid van de EU zijn, overgegaan tot de euro. Dat geldt ook voor de staatjes San Marino, Monaco en Vaticaanstad, die (onder voorwaarden) een eigen nationale zijde mogen invullen. Andorra krijgt geen eigen variant.
Overzeese gebiedsdelen:
De euro is ook ingevoerd in de Franse overzeese departementen Guadeloupe, Martinique, Frans-Guyana en Réunion en op de Franse eilanden Saint-Pierre-et-Miquelon en Mayotte; op de Azoren en Madeira (Portugese regio´s) en op de Canarische eilanden (Spaanse regio).
Gedurende de overgangsfase van 1 januari 1999 tot 1 januari 2001 was één euro per definitie gelijk aan:
13,7603 Oostenrijkse Schilling (ATS)
Sinds 28 januari 2002 kan er alleen nog met de euro worden betaald. De periode van 1 t/m 27 januari gold als een overgangstijd. Bankbiljetten en munten uit één van de elf andere landen konden in Nederland nog tot 1 april 2002 worden omgewisseld of op eigen rekening worden gestort bij de banken. Van 1 april 2002 tot 1 januari 2003 kunnen overgebleven guldens alleen nog op de eigen bankrekening worden gestort (meestal tegen transactiekosten).
De lidstaten van de Europese Unie hebben besloten tot de vorming van een Economische en Monetaire Unie EMU.
In het Verdrag van Maastricht (Verdrag betreffende de Europese Unie) van 1992 werd besloten tot de invoering van de euro. Hiermee kwam de EMU op gang, echter niet alle EU-landen doen mee aan de EMU.
Externe links:
Het Eurogebied
De Nederlandse Antillen en Aruba hebben hun eigen munteenheden gehouden: de Antilliaanse en de Arubaanse gulden (deze munten waren immers niet gekoppeld aan de Nederlandse gulden, maar aan de Amerikaanse dollar; dat kon dus zo blijven).Wisselkoersen
40,3399 Belgische Frank (BEF)
1,95583 Duitse Mark (DEM)
166,386 Spaanse Peseta (ESP)
5,94573 Finse Mark (FIM)
6,55957 Franse Frank (FRF)
0,787564 Ierse Pond (IEP)
1936,27 Italiaanse Lire (ITL)
40,3399 Luxemburgse Frank (LUF)
2,20371 Nederlandse Gulden (NLG)
200,482 Portugese Escudo (PTE)
340,750 Griekse Drachme (GRD)Oud geld (in Nederland)
De Nationale Eurocollecte (Coins for Care) organiseerde in Nederland acties voor het verzamelen van muntgeld voor meer dan honderd erkende goede doelen.Achtergrond van de euro
Op 31 december 1998 werden de onderlinge wisselkoersen tussen de euro en de valuta van de toen 11 deelnemende landen definitief vastgelegd. Sinds 1 januari 1999 is de euro een officieel feit. Vanaf die datum waren de nationale bankbiljetten en munten van de landen die de euro hadden aanvaard nog slechts verschijningsvormen van de euro. In 2000 voegde zich Griekenland als twaalfde land daarbij.
De euro vertegenwoordigt overal dezelfde waarde, die is vastgesteld en zo nodig wordt gecorrigeerd door de Europese Centrale Bank in Frankfurt a/M.
Per 1 januari 2002 zijn de euromunten en -biljetten in gebruik gekomen en is de euro het wettig betaalmiddel in de 12 landen.






