Eerste Kamer
De Eerste Kamer is een van de twee kamers van de Staten-Generaal. Zij heeft 75 zetels.Vergeleken met de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer of senaat minder rechten. De leden ervan, ook wel senatoren genoemd, bedrijven de politiek als bijbaan. Slechts één dag in de week komen ze bijeen om de wetsontwerpen die al door de Tweede Kamer zijn aangenomen nog eens te bespreken. Daarbij heeft de Eerste Kamer minder bevoegdheden dan de Tweede Kamer. De senatoren mogen alleen ja of nee zeggen tegen een wetsontwerp. Wijzigingen aanbrengen is er niet bij. Wel kunnen ze, net als hun collega's aan de andere kant van het Binnenhof, moties aannemen en schriftelijke vragen stellen aan de regering. Anders dan de Tweede Kamer wordt de Eerste Kamer niet rechtstreeks door de Nederlandse bevolking gekozen. De 75 leden worden aangewezen door de leden van alle Provinciale Staten, kort na de verkiezingen voor die provinciale bestuurslichamen.
| Table of contents |
|
2 Voorzitter 3 Leden 4 Externe link |
Verkiezingen
De leden van de Eerste Kamer worden in getrapte verkiezingen voor vier jaar gekozen door de 12 Provinciale Staten. De Eerste-Kamerleden worden dus niet rechtstreeks door de burgers gekozen, en staan daardoor wat verder van de dagelijkse politiek af. Zij voeren dan ook geen verkiezingscampagne. Sinds de Grondwetsherziening in 1983 wordt de Eerste Kamer eens in de vier jaar gekozen. Dit gebeurt binnen drie maanden na de verkiezingen voor Provinciale Staten.
Alle Statenleden stemmen op één van de kandidaten voor de Eerste Kamer. Niet elk Statenlid heeft een even zware stem. Er wordt een 'weging' uitgevoerd waarbij een relatie wordt gelegd met het inwonertal van de provincie. Het inwonertal wordt gedeeld door het honderdvoud van het aantal Statenleden van de provincie. De uitkomst heet de stemwaarde.
Zo had Groningen op 1 januari 2003 573.225 inwoners. Dit aantal wordt gedeeld door 100 x 55 (statenleden). De uitkomst daarvan is 104.
De provincies hebben aldus (in 2003) de volgende stemwaarde
- Groningen - 104
- Friesland - 116
- Drenthe - 94
- Overijssel - 175
- Flevoland - 75
- Gelderland - 261
- Utrecht - 183
- Noord-Holland - 310
- Zuid-Holland - 414
- Zeeland - 80
- Noord-Brabant - 304
- Limburg - 181
De zetelverdeling in de Eerste Kamer geschiedt met behulp van de kiesdeler. Deze wordt berekend door de som van de stemcijfers van alle provincies te delen door het aantal beschikbare zetels (75).
Voor iedere partij wordt gekeken welk stemcijfer zij in totaal heeft behaald (in feite dus hoeveel stemmen zij heeft gekregen en welke stemwaarde die stemmen hadden). Dat totaal wordt gedeeld door de kiesdeler. De uitkomst van die deling levert het zetelaantal per partij op.
Omdat de uitkomst niet altijd een rond getal oplevert, blijven er reststemmen over, die kan leiden tot aanwijzing van een restzetel. Deze worden verdeeld aan de hand van een systeem van grootste gemiddelden.
Voor 1948 benoemde de koning de leden van de Eerste Kamer voor het leven. Pas in 1848 werd bepaald dat de Provinciale Staten de leden zouden kiezen.
Voorzitter
De zittende senatoren kiezen voor de duur van een zitingsperiode een voorzitter uit hun midden. Sinds 17 juni 2003 is dat Yvonne Timmerman-Buck. Zij was CDA-fractievoorzitter in de senaat en is de eerste vrouw op de voorzittersstoel van de Eerste Kamer. Het was tevens de eerste voorzittersverkiezing waarbij de senatoren individueel konden stemmen. Yvonne Timmerman had zich kandidaat gesteld naast Erik Jurgens (PvdA) en Eddy Schuyer (D66). Zij is de opvolgster van Gerrit Braks (CDA).
Leden
Sinds 26 mei 2003 is de samenstelling van de Eerste Kamer aldus:
| CDA | 23 zetels |
| PvdA | 19 zetels |
| VVD | 15 zetels |
| GroenLinks | 5 zetels |
| SP | 4 zetels |
| D66 | 3 zetels |
| ChristenUnie | 2 zetels |
| SGP | 2 zetels |
| LPF | 1 zetel |
| OSF | 1 zetel |
Voor de historische samenstelling van de Eerste Kamer, zie Eerste Kamer/Geschiedenis.
Externe link
http://www.eerstekamer.nl
Zie ook: Nederlandse wetgeving

