Teachers Paradise School Supplies Teacher Resources Free Encyclopedia
Teachers Paradise FREE Teaching Resources
Home Arts Crafts Audio Visual Equipment Office Supplies Teacher Resources
Hoofdpagina | Edit this page

Belasting

Belasting is het innen van geld door de overheid. Dit is nodig voor het uitvoeren van het beleid.

Belasting in Nederland

De belastingen vormen het grootste deel van de inkomsten van de overheid. Verder verdient de staat aan de verkoop van aardgas uit de Nederlandse bodem. Ook krijgt de overheid inkomsten uit de winst van bedrijven waarvan de overheid (voor een deel) eigenaar is, zoals de KLM en KPN. De inkomsten van de rijksoverheid over het jaar 2002 worden begroot op 129,6 miljard euro.

Hoe en waarom belastingen?

In Nederland draagt de overheid zorg voor allerlei zaken als rechtspraak, politie op straat en onderhoud van het wegennet, bijstand voor mensen die in financiële problemen komen, zorg voor ouderen, subsidies op woningen en kunst en cultuur. Het zijn allemaal taken die individuele burgers of bedrijven niet kunnen of willen uitvoeren, maar die wel uitgevoerd moeten worden om een goed verzorgingsniveau van de samenleving te realiseren. De uitvoering van deze overheidstaken kost geld. Iedereen in Nederland maakt gebruik van voorzieningen waar de overheid voor zorgt of aan meebetaalt, als wegen en dijken, gezondheidszorg, politie op straat en onderwijs. In Nederland heeft bijna iedereen met belastingen te maken. Zichtbaar of onzichtbaar, direct of indirect, maken belastingen deel uit van het dagelijkse leven. Over salaris, alcohol, benzine, dividend, schenking, een prijs in de loterij en nog veel meer, moet belasting worden betaald.

Het ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor het maken van wetgeving op belastinggebied en het uitvoeren van deze wetgeving. De feitelijke inning van belastinggeld is de taak van de Belastingdienst. Uiteraard zijn er ook vormen van belasting die geheven worden door andere overheden zoals de gemeenten; denk dan aan de onroerend zaak belasting en de hondenbelasting.

Belastingen vroeger en nu

Het betalen van belastingen bestaat al eeuwen. Wie wil weten hoe het er vroeger aan toe ging, kan terecht in het Belasting- en Douanemuseum in Rotterdam. In de achttiende eeuw ging het voornamelijk om belastingen op noodzakelijke levensmiddelen als brandhout, zeep, zout, graan, vlees, wijn, turf, kolen en wol. Omdat niemand zonder deze producten kon leven, was de overheid verzekerd van inkomsten. De overheid gebruikte dat geld voor de bescherming van land en inwoners, de handhaving van de openbare orde en de regulering van verkeer, waterstaat en handel. Iedereen betaalde toen hetzelfde tarief ongeacht het inkomen. In 1806 werd een stelsel van algemene belastingen ingevoerd. De betekenis van het stelsel zat vooral in het bereiken van eenheid van de Nederlandse belastingheffing.

In 1914 ontstaat de eerste vorm van belasting op inkomen. Het doel van het invoeren inkomstenbelasting is vooral om de rijken in Nederland zwaarder te belasten. De rol van de overheid is sindsdien alleen maar groter geworden. Vandaar dat de overheid steeds meer geld nodig heeft om alle taken te kunnen uitvoeren. Nieuwe belastingssoorten, zoals omzetbelasting (BTW) en vennootschapsbelasting worden ingevoerd. Na de Tweede Wereldoorlog is het belastingstelsel uitgegroeid tot een systeem dat gekenmerkt wordt door twee belangrijke uitgangspunten: het draagkrachtbeginsel en het profijtbeginsel. Als mensen meer profijt hebben van een bepaalde overheidsvoorziening dan anderen, moeten zij er ook meer voor betalen. Dat is de kern van het profijtbeginsel. Daarom betaalt degene die een auto houdt wegenbelasting, wie er geen heeft, niet. De wegenbelasting wordt gebruikt om de aanleg en het onderhoud van wegen te betalen. Daarnaast hanteert de overheid het draagkrachtbeginsel. Dat gaat ervan uit dat de sterkste schouders de zwaarste last kunnen dragen. Dus hoe hoger het inkomen, hoe meer belasting men moet betalen. De overheid hanteert tegenwoordig, behalve het profijt- en het draagkrachtbeginsel, ook het principe van 'de vervuiler betaalt'. Dat principe is bijvoorbeeld van toepassing als de overheid belasting heft op milieuvervuilende activiteiten.

Wie draagt de belastingen af?

Bij het afdragen van belastingen zijn de volgende twee mogelijkheden te onderscheiden: directe of indirecte belastingen. Belastingen die door de belastingplichtige zelf worden afgedragen aan de Belastingdienst worden directe belastingen genoemd. Een voorbeeld hiervan is de inkomstenbelasting. Bij de indirecte belastingen draagt een ander de belastingen af aan de Belastingdienst. Een voorbeeld hiervan zijn accijnzen. Dit is een belasting die in de prijs van goederen en diensten is verwerkt. De consument betaalt de belasting, maar de leverancier draagt het belastingbedrag af aan de Belastingdienst.

Belastingen in soorten en maten

De staat heft belastingen op inkomen, winst en en het rendement uit vermogen. Iedereen heeft te maken met de inkomstenbelasting, die betaald moet worden over inkomsten. Hoeveel inkomstenbelasting wordt betaald is afhankelijk van de hoogte van het inkomen en persoonlijke omstandigheden. In het nieuwe belastingstelsel, dat op 1 januari 2001 in werking is getreden, is de vroegere belastingvrije som vervangen door een systeem van heffingskortingen. De hoogte van de totale korting is afhankelijk van persoonlijke omstandigheden als leeftijd, het al of niet hebben van een baan en het aantal kinderen. Ook mensen zonder inkomsten hebben zo met de belastingen te maken, zij krijgen de heffingskorting namelijk uitbetaald. Naarmate het inkomen hoger is, wordt meer belasing betaald. Daarnaast heft de staat BTW (Belasting op Toegevoegde Waarde, ook omzetbelasting genoemd) en accijnzen. Bij producten of diensten zit een toeslag op de prijs die de consument moet betalen. Deze toeslag is de BTW of omzetbelasting. De producenten en leveranciers verhogen dus de prijs van een product of dienst met het bedrag van de BTW, en vervolgens moeten zij dit geld aan de staat afdragen. Maar de consument betaalt in werkelijkheid deze belasting, want hij moet een toeslag op de prijs betalen. Zonder de BTW zou de consument goedkoper uit zijn. Op luxe producten, die niet echt nodig zijn om te leven, wordt 19 procent BTW betaald (bijvoorbeeld op CD's, of op sieraden). Op minder luxe producten, eerste levensbehoeften, wordt meestal 6 procent BTW betaald (bijvoorbeeld op brood). Op zaken als sigaretten, drank of benzine wordt bovenop de BTW ook nog eens accijnzen, of verbruiksbelasting gehefen. Van iedere verkochte liter bezine of jenever wordt een vast bedrag of percentage aan accijnzen aan de overheid afgedragen.

Wie heffen de belastingen?

Er zijn Nederland vier instaties die belasting heffen: Voorbeelden van rijksbelastingen zijn de loon- en inkomstenbelasting, de omzetbelasting en de vennootschapsbelasting. De provincie kent enkele milieuheffingen. Gemeentelijke belastingen zijn bijvoorbeeld de de onroerende zaakbelasting en de hondenbelasting. De waterschappen heffen met name verontreinigingsheffingen. Ten opzichte van de totale belastingopbrengst is het aandeel van de provinciale, de gemeentelijke en de waterschapsbelastingen gering: nog geen 4% van de totale belastingopbrengst.
De tekst van deze pagina is grotendeels afkomstig van http://www.overheid.nl



Pay for Educational Supplies & Teaching Supplies with Visa, Master Card, American Express, Discover or Paypal.
TeachersParadise.com HOME | Safe Shopping Guarantee | Help Desk
All trademarks & brands are the property of their respective owners.
Legal Notice 2000-2008 TeachersParadise.com, Inc. All Rights Reserved