Baskisch
Het Baskisch (in het baskisch Euskara of Euskera) is een van de weinige niet-Indo-Europese Talen van Europa (de enige in West-Europa). Het wordt in Baskenland, het Spaans-Franse grensgebied aan de westkust, door meer dan 500.000 mensen gesproken.
| Table of contents |
|
2 Relatie met andere talen 3 Bijzondere taalkundige eigenschappen |
De Taalcode van het Baskisch is
Wegens de grote verschillen tussen het Baskisch en alle bekende Taalfamilies wordt het een geïsoleerde taal genoemd (niet te verwarren met een isolerende taal).
Pogingen om verwantschap van het Baskisch met andere talen (bijvoorbeeld Georgisch, Iberisch of Berber Talen) aan te tonen, zijn tot nu toe zonder succes.
Het vinden van een mogelijke taalverwantschap is voor het Baskisch erg moeilijk, omdat de oudste bronnen van redelijke grootte uit de 15e eeuw stammen, waardoor de structuur van het Proto-Baskisch slechts met moeite gereconstrueerd kan worden.
Het Baskisch wordt gekenmerkt door een sterk agglutinatieve morfologie, die bijvoorbeeld ook in het Hongaars en Turks voorkomt. Werkwoordsvormen kunnen bijvoorbeeld wel vier persoonsindexaties bevatten.
Daarentegen kent het Baskisch geen grammaticale geslachten.
Vergeleken met andere Europese talen heeft Baskisch de opmerkelijke eigenschap, dat in transitieve zinnen het onderwerp een speciale naamval krijgt. Dit heet in de taalkunde de ergatieve naamval.\n
Taalcode
eu danwel baq
danwel eus (volgens ISO 639).Relatie met andere talen
Bijzondere taalkundige eigenschappen






