Anton Bruckner
|
| Beeld van Bruckner in Wenen. Foto 2003. |
Bruckner werd geboren in een klein dorpje in Opper-Oostenrijk, waar zijn vader dorpsschoolmeester was. Hij ging piano, viool, orgel en compositie studeren, maar hij had daarbij geen grote namen onder zijn leraren. Hij was tijdens zijn leven vooral bekend als organist: zijn roem als componist kwam pas aan het eind van zijn leven. Dat bracht hij na de dood van zijn vader door in St. Florian (vanaf 1836), in Linz (vanaf 1855) en in Wenen (vanaf 1868).
Bruckner was een groot bewonderaar van Wagner, aan wie hij zijn derde symfonie opdroeg, en had onder zijn navolgers Hugo Wolf en Gustav Mahler. Hij had ook te maken met tegenstand: tijdens de premiere van zijn derde symfonie in Wenen verliet vrijwel het hele publiek de zaal. Het waren vooral de critici die Bruckner niet serieus namen. Daarbij speelden ook niet-muzikale aspecten een rol, zoals zijn eenvoudige afkomst (die zich uitte in zijn provinciale kleding en accent). De diepgelovige Bruckner ging door voor een simpele ziel en men wilde er niet aan dat zo iemand zulke symfonische bouwwerken kon optrekken. Van zijn collega-componisten liet Brahms zich laatdunkend over Bruckner uit.
Bruckner was zeer gevoelig voor kritiek en onderwierp zijn werken vaak aan een grondige revisie. Van bijna al zijn symfonieën bestaan verschillende versies, een karakteristiek Bruckner-verschijnsel.\n






