Academie van Bouwkunst
In Nederland zijn in zes plaatsen een Academie van Bouwkunst te vinden: Amsterdam (externe link), Arnhem (externe link), Groningen (externe link), Maastricht (externe link), Rotterdam (externe link) en Tilburg (externe link). Al deze onderwijsinstellingen leiden op tot architect, in Amsterdam en Rotterdam is ook de opleiding tot Stedebouwkundige aanwezig. Daarnaast kent de Academie van Bouwkunst in Amsterdam nog de opleiding Tuin- en landschapsarchitectuur.Waar in onderstaande tekst de term 'architect' of een afgeleide daarvan wordt gebruikt kan ook 'stedebouwkundige' en 'tuin- en landschapsarchitect' ingevuld worden.
Toelating
Een studie aan de Academie is een post-HBO opleiding. In het algemeen geldt daarom dat men pas toegelaten wordt nadat men een diploma heeft behaald aan een HBO-opleiding Bouwkunde, met Architectuur als afstudeerrichting. De meeste studenten aan de Academie van Bouwkunst zijn op deze manier de opleiding binnengestroomd, maar er zijn ook andere mogelijkheden: studenten die de eerste fase Bouwkunde aan de Universiteit of Architectonische Vormgeving/Binnenhuisarchitectuur op de Kunstacademie hebben afgerond worden ook toegelaten.
Voor de definitieve toelating van studenten vindt echter nog wel een 'toelatingsexamen' plaats. Veelal hebben de studenten al kennis gemaakt met de Academie van Bouwkunst doordat in het afstudeerjaar van de HTS Bouwkunde een samenwerkingsverband tussen de beide onderwijsinstellingen plaatsheeft (dit is het zogenaamde 'voorbereidend jaar'), maar een goede afronding hiervan garandeerd nog niet een studieplaats op de Academie van Bouwkunst. In verband met het aantal plaatsen voor de studenten (wellicht ook door de zwaarte van de opleiding) wordt per student nagegaan of er voldoende motivatie is om de studie te volgen en of de student potentiële ontwerpkwaliteiten heeft.
Concurrency-onderwijs
De Academies van Bouwkunst in Nederland hebben allen hetzelfde systeem aan onderwijs, het zogenaamde concurrency-onderwijs. Dit houdt in dat werken en leren samenop gaan en zowel het werk als de ateliers en colleges studiepunten opleveren. De helft van het totaal aanstal studiepunten aan de opleiding wordt behaald door de praktijkervaring. Daarom worden er bepaalde eisen aan de werkplek van de studenten gesteld, zodat in elk geval de relevantie van de werkplek voldoende is om daadwerkelijk een wisselwerking tussen werk en studie plaats te laten hebben. Van studenten wordt verwacht dat zij werken op bijvoorbeeld een architectenbureau of stedebouwkundig bureau (afhankelijk van de opleiding binnen de Academie van Bouwkunst).
Door middel van een praktijkcoördinator toetst de school de beroepssituatie van de studenten. Door deze begeleiding komen ook wensen vanuit de beroepspraktijk over het onderwijs naar voren en kunnen de Academies van Bouwkunst inspelen op de actuele stand van zaken in het uiteindelijke beroepsveld van de studenten.
Studenten dienen zelf voor hun werkplek zorg te dragen, waarbij de relevantie daarvan in relatie met de studie een kernpunt is bij het zoeken van een baan. In principe gaat een student namelijk een 'normale' werkplek vervullen, hij/zij is immers al afgestudeerd Ing. Meestal is de gang van zaken dat een student bij een architectenbureau of stedebouwkundig bureau start als tekenaar en zich vervolgens binnen het bedrijf opwerkt tot assistent-ontwerper en vervolgens ontwerper. Deze ontwikkeling dient ongeveer synchroon te lopen met de ontwikkeling van de studie (anders is de werkplek niet relevant genoeg en dient de student daaraan iets te veranderen).
Lesprogramma
Het lesprogramma verschilt per Academie, maar globaal zijn er twee onderdelen waar te nemen:
- ateliers;
- ondersteunend collegeprogramma.
Onderwerpen van de ateliers zijn divers van aard, vaak binnen een bepaald hoofdthema. Wisselend per opleiding zijn bijvoorbeeld de hoofdthema's praktijk (nadruk op ontwikkeling en presentatie), maken (driedimensionaal onwerpen, een maquette-atelier) en onderzoek (nadruk op het onderzoek naar verschillende bronnen, ook buiten de architectuur).
Het ondersteunend collegeprogramma heeft, zoals de naam al aangeeft, tot doel de studenten te ondersteunen in hun ontwikkeling bij de ateliers. De onderwerpen hiervan zijn zeer divers; van geschiedenis tot vormleer, van fotografie tot conceptueel denken. Deze colleges zijn wél jaargebonden en per studiejaar wordt dan ook een vast collegeprogramma aangeboden (meestal wel met gedeeltelijk wisselende inhoud, afhankelijk van de wensen van de studenten en de begeleider van de colleges).
Binnen de ateliers of het collegeprogramma zijn vallen excursies en studiereizen. Afhankelijk van (Academie en) studiejaar wordt één studiereis door de studenten georganiseerd, waarbij voor de reis al de nodige aandacht aan het reisdoel besteed wordt. Van de studenten wordt verwacht dat zij een gedeelte van het programma reisprogramma voorbereiden en tijdens dat gedeelte van de reis de leiding van het geheel verzorgen.
Excursies binnen de ateliers zijn totaal afhankelijk van de inhoud van een atelier en kunnen ook nogal onverwacht zijn (mede doordat een ateliergroep doorgaans slechts uit zo'n 12 mensen bestaat).
Afstuderen
Het vierde studiejaar aan de Academie van Bouwkunst wordt geheel in beslag genomen door het afstuderen. De student kiest zelf zijn/haar afstudeeronderwerp en ook de afstudeermentor wordt door de student gekozen. De formulering van het onderwerp is voor het afstuderen heel belangrijk en wordt in de voorbereiding getoetst op groeipotentie tijdens de verschillende fasen van het afstudeertraject.
Elk afstudeerproject wordt afgesloten met een openbare presentatie. Uit de afstudeerprojecten die in een jaar op een onderwijsinstelling aanwezig zijn wordt door de school een selectie gemaakt ter nominatie voor de Archiprix.
Diploma
Na het behalen van het diploma aan de Academie van Bouwkunst is men gelegitimeerd zich architect te noemen. Hiermee staat men op gelijke hoogte met iemand die Architectuur aan de Universiteit heeft gestudeerd. Er bestaat echter wel een verschil tussen beide architecten: de Academie van Bouwkunst-architect is veel praktischer van aard (mede doordat hij/zij vooraf de HTS heeft gevolgd) en heeft vaak ook een breder pakket aan kunst- en cultuuronderwerpen meegekregen tijdens de studie.
Een afgestudeerd student van de Academie van Bouwkunst kan zich laten opnemen in het architectenregister, waarmee toetreding als lid van de Bond van Nederlandse Architecten mogelijk is geworden.






