Aardbeving
Een aardbeving is een trilling of schokkende beweging van de aardkorst. Aardbevingen worden veroorzaakt als er ergens in de aardkorst plotseling veel energie vrijkomt. De energie plant zich als een golfbeweging vanuit het centrum naar de omgeving voort. Het denkbeeldige punt waar de beving ontstaat, het zwaartepunt van de energiedichtheid, heet het hypocentrum; het punt aan het aardoppervlak daar loodrecht boven wordt het epicentrum genoemd.De meeste aardbevingen komen voor in de aardkorst tot op een diepte van ongeveer 30 kilometer. Er komen echter ook bevingen voor op dieptes tot ongeveer 670 kilometer. De meeste aardbevingen komen voor rondom de Grote Oceaan, in het Middellandse Zeegebied en verder oostwaarts in de Himalaya en Indonesië. Ook midden in de oceanen komen wel bevingen voor. Aardbevingen die ontstaan onder de zeespiegel worden wel zeebevingen genoemd; een vloedgolf of tsunami kan dan het gevolg zijn.
Zware aardbevingen kunnen tot grote schade, en groot menselijk leed leiden; in het algemeen eisen de ermee gepaard gaande vloedgolven de meeste slachtoffers.
| Table of contents |
|
2 Meten en localiseren van aardbevingen 3 Belangrijke aardbevingen 4 Aardbevingen in Nederland 5 Aardbevingen op de maan |
Oorzaken van aardbevingen
Aardbevingen worden meestal veroorzaakt door de langzame beweging van aardschollen, de platentektoniek. De druk tussen twee op elkaar bewegende schollen neemt langzaam toe. Op een gegeven moment worden de krachten op de schollen te groot en breken er stukken af. Dit veroorzaakt een beving. Naschokken zijn kleinere bevingen die binnen enkele uren na de eerste beving voelbaar zijn. In dat geval zijn er kleinere stukken van de schollen afgebroken omdat de eerste beving de druk nog onvoldoende had weten te verminderen.
Aardbevingen kunnen echter ook het gevolg zijn van vulkanische aktiviteit (vulkanische aardbevingen) of ontstaan door instorting van holtes in kalksteenformaties of mijnen (instortingsbevingen). Daarnaast valt nog te denken aan oorzaken als ondergrondse kernproeven en meteorietinslagen.
Zelfs menselijk ingrijpen veroorzaakt bevingen. Zo is het bekend dat de bodemdaling door de winning van aardgas aardschokken teweegbrengt, zoals bijvoorbeeld in de provincie Groningen, waar met name het dorp Loppesum vaak wordt genoemd.
Meten en localiseren van aardbevingen
De hevigheid van een aardbeving wordt gemeten op de schaal van Richter, dit is een logaritmische schaal van de hoeveelheid energie die bij de schok vrijkomt. Een andere schaal is de schaal van Mercalli, waarmee vooral de gevolgen van de aardbevingen worden beschreven.
Een aardbeving verspreidt zich doorgaans in een cirkelachtige vorm en het midden van die cirkel wordt aangeduid met epicentrum. In het epicentrum zijn de schokken het grootst en vaak vindt men rond het epicentrum de meeste verwoestingen.
Er zijn verschillende manieren om de lokatie van een aardbeving te bepalen. De belangrijkste is het gebruik van P- en S-golven. Dit zijn twee verschillende golven die zich door de aarde voortplanten:
- P-golven zijn longitudinale golven. Deze golven bewegen in dezelfde richting als waarin ze zich voortplanten (zelfde als geluidsgolven in lucht). Ze hebben een snelheid van ongeveer 6 km/s.
- S-golven zijn transversale golven.
Uit dit tijdsverschil kan dus de afstand tussen het station en de aardbeving (= epicentrale afstand) berekend worden. Als je dit voor 1 station doet, kun je een cirkel om dat station heen tekenen. De aardbeving kan op de hele cirkel hebben plaatsgevonden. Als je er een tweede station bij tekent kan de aardbeving nog op 2 plekken hebben plaatsgevonden. Met 3 stations en 3 cirkels houd je precies 1 plek aan het aardoppervlak over. Dit is het epicentrum. Een aardbeving vindt op een bepaalde diepte onder het epicentrum plaats. Dit noem je het hypocentrum.
Belangrijke aardbevingen
De tien sterkste aardbevingen sinds 1900 zijn:
| Land |
Datum |
Magnitude |
Breedte |
Lengte |
| Chili | 22-05-1960 | 9.5 | 38.2 Z | 72.6 W |
| Alaska | 28-03-1964 | 9.2 | 61.1 N | 147.5 W |
| Rusland | 04-11-1952 | 9.0 | 52.7 N | 159.5 O |
| Ecuador | 31-01-1906 | 8.8 | 1.0 N | 81.5 W |
| Alaska | 09-03-1957 | 8.8 | 51.3 N | 175.8 W |
| Koerilen | 06-11-1958 | 8.7 | 44.4 N | 148.6 O |
| Alaska | 04-02-1965 | 8.7 | 51.3 N | 178.6 O |
| India | 15-08-1950 | 8.6 | 28.5 N | 96.5 O |
| Argentinië | 11-11-1922 | 8.5 | 28.5 Z | 70.0 W |
| Indonesië | 01-02-1938 | 8.5 | 5.2 Z | 130.5 O |
Het gemiddeld aantal bevingen per jaar met de bijbehorende magnitude zijn:
- 3000 met magnitude 5
- 100 met magnitude 6
- 20 met magnitude 7
- 2 met magnitude 8
Aardbevingen in Nederland
Jaarlijks komen in het zuidoosten van Nederland aardbevingen voor met een sterkte van 2 tot 3 op de schaal van Richter. Soms ook sterkere - bijvoorbeeld die bij Roermond op 13 april 1992 met een sterkte van 5,8 waarbij voor tientallen miljoenen guldens schade werd aangericht.In de provincie Groningen en in Drenthe hebben zich sinds 1986 zo'n 50 aardbevingen voorgedaan als gevolg van het onttrekken van aardgas uit de ondergrond. De meesten waren zeer licht. Op 24 oktober 2003 vond echter bij Loppersum een aardbeving plaats met een sterkte van 3,0 op de schaal van Richter. De materiële schade was gering.
Aardbevingen op de maan
Door seismometers zijn ook "maanbevingen" geregistreerd als gevolg van meteorietinslagen, tektonische bewegingen en maangetijden.
Zie ook: Eigentrillingen van de aarde
Een gedeelte van de tekst op deze pagina, of een eerdere versie ervan, is overgenomen van de website van het KNMI. Het origineel kan hier gevonden worden.






